The days on 3400 meter above sea level

9 augustus 2018 - Cusco, Peru

De radiostilte is doorbroken en de reis gaat weer verder!
Van 18 juli t/m 4 augustus zat ik op Cuba, samen met mijn moeder. De wifi op Cuba is op z’n zachtst gezegd niet ideaal, vandaar de lange radiostilte. Mijn moeder was echter wel beter in het bijhouden van haar blog, dus voor onze Cubaanse avonturen verwijs ik je graag door naar die van haar: https://inabakker.reislogger.nl/2018-cuba/home
En nu? Naar huis? Nee hoor – we gaan van 0 naar 3400 meter, namelijk naar Cuzco (Peru)!

Zaterdagnacht was een lange vliegnacht, via Havana naar Bogota, Bogota naar Lima en Lima naar Cuzco. Afgepeigerd kwam ik zondagochtend aan in Cuzco, waar ik de mazzel had de lokale bus te vinden die me naar het centrum bracht. Ik bracht zondag voornamelijk slapend door: eerst op de bank van het hosel toen ik nog niet kon inchecken en toen in mijn kamer. Aan het eind van de middag merkte ik dat de hoogte me goed te pakken had: ik had knallende koppijn, was kortademig en heel erg misselijk. Ik wilde douchen en wat eten, maar na de douch ging ik meteen terug naar bed en sliep ik tot de avond. Ik voelde me toen een stuk beter en had genoeg energie om de stad in te gaan en in een hip restaurant (uit de Lonely Planet natuurlijk) een burger te eten.

Cuzco is een ontzettend leuke stad met een hoop toeristen, maar niet zo veel dat het nep aanvoelt. Er zijn veel pleintjes met oude kerken, kruip-door-sluip-doorsteegjes en een hoop trappen. De ligging van de stad is verre van praktisch: het ligt tussen de heuvels, met aan de ene kant een bergketen en aan de andere kant de jungle, niet dichtbij een grote rivier of meer. Maar het was ooit de hoofdstad van het Inca-rijk, dus blijft het een populaire en levendige stad met veel geschiedenis.
Op mijn eerste ‘echte’ dag in Cuzco sjokte ik voornamelijk de stad rond, om wat reisdingetjes te regelen (i.e. mijn vijfdaagse trekking en mijn buspas door Peru) en foto’s te maken. Het weer zat alleen niet echt mee: in Cuzco hoort het rond deze tijd van het jaar blauw en droog te zijn, maar het was bewolkt, regenachtig en koud… Dus maar een leuke Peruviaanse trui gekocht en aan het eind van de middag mijn heil gezocht in een lekker warm restaurantje met worteltaart en pompoensoep, met uitzicht op de prachtige avondlichtjes van de stad.

Dinsdag was een drukke dag vol cultuur. ’s Ochtends nam ik – na een tip van een hostelgenoot – deel aan de free walking tour door de stad. De gids legde ons wat uit over de geschiedenis en cultuur van Cuzco en bracht ons naar een opgravingssite, kunstmuseum en uitzichtpunt (allemaal gratis). Het bijzondere van Cuzco is voornamelijk dat de oude Inca-cultuur (zichtbaar in oude stadsmuren van enorme, gladgevijlde rotsblokken) en de koloniale cultuur van de Spanjaarden (grote kathedralen en dramatische katholieke kunst) verenigd zijn in allerlei gebouwen en kunstwerken: denk bijvoorbeeld aan een schilderij van het Laatste Avondmaal waarbij Jezus en de discipelen cavia aan het eten zijn (een supernormale Peruviaanse maaltijd).
Na de free walking tour vroegen twee Nederlanders op de tour – de broer en zus Sterre en Stein – of ik met hen mee wilde op een andere tour, de Cuzco City Tour (niet gratis helaas). Het was even hectisch om binnen anderhalf uur te eten en ons naar het ophaalpunt te begeven, maar gelukkig is “13:30” eigenlijk “13:50” dus waren we alsnog ruim op tijd.
Gepropt in een tourbus met voornamelijk Peruviaanse gezinnen en stellen – en een Canadees stel – bezochten we een aantal ruïnes in en rond de stad met onuitspreekbare namen in Quechua: een oude Incatempel waar de Inca’s de wetenschap bedreven (die voornamelijk te maken had met het bestuderen van sterren, regenbogen en onweer), een oud paleis op een heuvel met een mooi uitzicht op de stad, een grot waar lichamen gemummificeerd weren (en blijkbaar werden die mummies in huis bewaard), een handelpunt met een natuurlijke waterbron en de ruïnes van een hotel/bordeel voor reizigers. Het was interessant om de verschillende ruïnes te zien, maar het was ont-zet-tend druk met tourbussen en de ruïnes waren nog voornamelijk delen muur.

Woensdag trok ik weer met Sterre en Stein op, met wie ik de dag ervoor een hoop lol had beleefd tijdens de Cuzco City Tour. ’s Ochtends gingen we naar de grote kathedraal, waar we gratis in konden als we voor 9:00 binnen waren. Wat we niet wisten, was dat er om 9:00 een mis begon – waardoor we een soort van vast zaten in de kerk en bedwongen werden deel te nemen aan de katholieke mis in het Spaans. Het was vooral interessant om te zien hoe de man op de bank voor ons (waarschijnlijk een dakloze aangezien hij daarna voor de kerk aan het bedelen was) keihard en heel vals meezong met de liedjes en hoe de kinderen meer in beslag werden genomen door hun eenhoornballonnen dan door de mis.
Na de mis hadden we wel koffie van Starbucks verdiend – en daarna gingen we naar de San Pedro markt: een grote markthal die deels bestaat uit de typische toeristenwinkeltjes en deels uit marktstalletjes met ‘verse’ groente en stukken definieerbaar vlees (d.w.z. koppen en poten van het desbetreffende dier). Na de markt voelden we ons genoeg Peruviaans om een lunch van cavia aan te durven: ja, een heuse cavia – uit de oven, nog geheel in tact, met een pepertje in zijn mond. Het was een hele klus om hem te ontleden (zoveel vlees zit er nou ook weer niet aan en ontiegelijk veel botjes), maar hij was wel heel lekker. Smaakte naar zoute, rauwe ham.
’s Middags hielden we een shopping spree die we afsloten met beer/sap/chocomel in een barretje aan het centrale plein met een prachtig uitzicht op het plein en de twee kerken. 's Avonds – na een gezellig avondmaal van enchilada’s bij de lokale Mexicaan – moesten we alweer afscheid nemen van elkaar: Sterre en Stein vertrokken namelijk de volgende dag al voor hun Salkantay trekking, die ik pas de dag daarna zou doen.

Dat betekende dat ik donderdag weer alleen was. Mijn laatste volle dag in Cuzco leek sterk op mijn eerste volle dag: ’s ochtends was reisdingetjes regelen (i.e. naar de briefing voor mijn vijfdaagse trekking die morgen begint, en snacks kopen) en ’s middags wat rondsjokken door de stad. Ik wilde naar Cristo Blanco lopen – een groot Rio-achtig Jesusbeeld op de top van een heuvel – om alvast in te komen in het wandelen, maar halverwege de tocht door de achterwijken van Cuzco kwam ik zoveel honden tegen dat ik besloot terug te gaan (een straathonden zis één ding; maar een hond die bij een huis horen en daardoor territoriaal is, is heel iets anders). Dus maar koffie gedronken en soep gegeten in mijn nieuwe favoriete restaurant met uitzicht op de lichtjes van de stad.

En dat waren de eerste dagen op 3400 meter alweer. Morgen gaan we zelfs nog een stukje hoger: laat de Salkantay Trekking maar beginnen!

1 Reactie

  1. Ina:
    10 augustus 2018
    Luilak: een beetje naar mijn blog verwijzen... Maar welkom, lieve lezers!

    En jij veel plezier op de koude hoogte, stoere dochter. Hasta la victoria siempre 😉😘

Jouw reactie