The days of atypical cities
23 oktober 2024 - Negombo, Sri Lanka
Ella is een vreemde stad. Het is een erg klein dorp in de bergen van Sri Lanka, midden tussen de theeplantages, waardoor het er wat koeler is dan op andere plekken. Je kan er korte hikes doen naar uitzichtpunten en watervallen bezoeken (waar niet op Sri Lanka), of naar tempels of theeplantages. An sich leuk, maar niet ontzettend bijzonder of uniek. Maar toch is het dit kleine dorp dat extreem veel backpackers trekt en daardoor is veranderd in 'klein Bali': overal waar je kijkt zijn souvenirwinkels vol kanten shirtjes en edelstenenkettingen, koffiezaakjes met iced lattes, brunchplekken met granola en avocado toast, bars met live muziek en pooltafels, en restaurants waar je onder het sfeerlicht van rieten lampen degelijke risotto, hamburgers, en falafel kan eten. De stad is niet onaangenaam (de temperatuur is goed en het eten is lekker), maar het is het minst Sri Lankese dorp dat we tot nu toe gezien hebben. En dat is voor een dag of twee niet erg, maar het is ergens wel verdacht als backpackers Ella de leukste plek van Sri Lanka vinden. Daarnaast vonden wij het fascinerend waarom juist deze plek zo toeristisch is geworden, aangezien de dingen die je er kan doen leuk zijn, maar die kunnen twee dorpen verderop ook. Toen we deze vraag voor legden aan onze host, vertelde hij dat een resort in de buurt van het dorp een belangrijke prijs had geworden, wat het dorp letterlijk en figuurlijk op de kaart zette.
Op de middag dat we aankwamen hebben we het dorp ontdekt en ons verbaasd over de Westerse sfeer die in het dorp hing. In het hostel ontmoetten we een gezellig Australisch vriendenstel met wie we 's avonds zijn gaan eten in een van de vele (drukke) fusion restaurantjes met een groot open balkon en rieten sfeerlampen. Zo druk hadden we het nog nooit gezien.
De volgende dag hadden we een theetour en een kookcursus op het programma staan, maar ik was niet zo lekker. Op zich is Ella wel de beste plek om een beetje ziek te zijn, want de temperatuur is niet belachelijk heet en al het soorten eten wat je wil is er. We sliepen uit, ontbeten met vegan pannenkoeken, en keerde terug naar het hostel om wat te slapen en lezen. 's Middags wilden we nog naar de theeplantage voor een tour, maar die zat helaas vol.
De dag erop hadden we meer geluk. Ik voelde me stukken beter, dus probeerden we in de ochtend poging twee voor de theetour. Deze theetour was namelijk een bijzondere: we gingen onze eigen (groene) thee maken! Samen met een gids en een ander Duits stel begonnen we op de plantage zelf. Onze gids legde ons e.e.a. uit over de theeplanten en hoe deze verzorgd werden, waarna we een mand kregen om de theeblaadjes te plukken (alleen de bovenste paar blaadjes!). De blaadjes wegen haast niets, maar de dames die op de plantage werken halen per dag 20kg per persoon binnen! Met onze vers geplukte blaadjes gingen we naar de fabriek. We moesten de blaadjes eerst stomen en daarna rollen, om zo 'de enzymen vrij te krijgen' (zoals onze niet-chemisch onderbouwde gids mooi vertelde). Daarna moesten de blaadjes drogen in een soortement oven en kregen wij een rondleiding door de fabriek, waar de gids liet zien hoe de werknemers de theeblaadjes fermenteren (om zo zwarte thee te krijgen), sorteren, en verpakken. Daarna was onze thee gedroogd en klaar om geproefd te worden! Ook kregen we verschillende soorten zwarte thee uit de fabriek te proeven. Een ontzettend leuke en leerzame ochtend.
We lieten Ella achter ons en gingen op weg naar Tissa, een stad vlakbij Yala National Park. Omdat we al een geslaagde safari op zak hadden hadden we besloten geen safari te doen, maar alleen in deze stad te verblijven op weg naar de zuidkust. De weg van Ella naar Tissa liep echter dwars door het Yala National Park heen, en dat betekende olifanten op de route! Van het park zelf zag je niets (behalve bomen), maar om de zoveel kilometer stond er opeens een olifant langs de kant van de weg auto's te spotten, die soms op precies dat moment ook ging aarzelen om over te steken. Erg spannend, maar ook erg bijzonder!
Onze accomodatie in Tissa was een soortement lodge aan de rand van het nationaal park, waar we in een boomhut sliepen. De plek zelf was erg leuk (de boom liep dwars door de hut heen!) en het zwembad lekker, maar het bijbehorende restaurant helaas een beetje matig. Tja, een prachtige locatie en matig eten (behalve vis) is wel een beetje hoe ik Sri Lanka ken inmiddels.
De volgende dag gingen we naar de kustplaats Tangalle, of eigenlijk, naar een klein resort vlak buiten Tangalle. Dit is een van de fijnste plekken waar we geweest zijn: een prachtige kamer met uitzicht op het strand, een heerlijk zwembad met lekkere bedjes en een poolbar (met ijskoffie en cocktails!), en een romantisch diner op het strand bij kaarslicht (en heerlijke jumbo prawns, want vis bereiden kunnen ze hier zeker wel). We hadden een lekkere luie middag en ochtend, voor we naar Galle vertrokken.
Galle is, net als Ella, een erg atypische stad voor Sri Lanka, maar daar is dit keer wel een duidelijke reden voor, namelijk de koloniale overheersers. De stad is namelijk gebruikt als vestingstad door de Portugezen (17e eeuw), Nederlanders (18e eeuw) en Britten (19e eeuw); de Portugezen kozen de plek, de Nederlanders verstevigden het fort met o.a. ravelijnen, en de Britten zorgden voor de zekere frivoliteit met kerken en torens. De stad kent veel smalle straatjes met - in theorie - eenrichtingsverkeer, Caribisch-aandoende koloniale gebouwen (met zuilen en afbladderende verf), en opvallend veel ijskraampjes. De middag spendeerden we met een wandeling over de buitenmuur, langs de verschillende bastions en vuurtorens, met uitzicht op de ruige rotsen onderaan de vestingmuur. Helaas trok het steeds verder dicht en regende het de hele avond, maar we kregen van ons hotel een paraplu waarmee we ongeschonden een lekker visrestaurant konden bereiken. De volgende ochtend vervolgden we de wandeling - die we door de regen en het donker niet helemaal hadden kunnen afmaken - onder het genot van een lekkere ijskoffie en tuktukten verder naar het volgende hotel in Bentota.
Ook dit hotel was meer een soortement resort. Ditmaal niet aan het strand, maar met kamers die uitzicht hadden op een prachtige tuin vol bloemen en bomen vol fairy lights. Ook onze kamer zelf en de tafel voor het diner waren prachtig versierd met bloemen en bloemblaadjes en overal stonden olielampen. De vrolijke eigenaar annex kok maakte voor onze een enorme platter met garnalen, heel erg lekker - want vis, dat kunnen ze zeker.
De volgende dag was alweer onze laatste dag in Sri Lanka. We moesten nog een laatste 100 km tukken naar Negombo, maar daarvoor moesten we eerst door de drukke hoofdstad Colombo heen. Nu kwamen de rijvaardigheden die Jelmer inmiddels had opgedaan goed van pas, want wat een chaotische drukte was het in die stad. Maar we reden niemand aan (en niemand reed ons aan), dus we slaagden voor de rij- en navigatietest. Ons laatste hotel was een prima plek met een heerlijk zwembad en een beetje een boze eigenaar, maar dat mocht de pret niet drukken. We namen afscheid van onze tuktuk en spendeerden de laatste uren van de dag bij het zwembad, voor we op tijd naar bed gingen, want de vlucht via Doha naar Amsterdam ging alweer in de ochtend.
En nu zijn we alweer ruim een week thuis, nog lekker aan het nagenieten. Een volle maar, bij vlagen, ook zeker een ontspannende vakantie! Bedankt voor het meereizen en tot de volgende reis, want die is nooit ver weg.